Natrium
Het menselijk lichaam bezit ongeveer 80 gram natrium, voornamelijk in het bloed en weefselvocht (dus buiten de cellen). Natrium heeft als belangrijkste taak de hoeveelheid vloeistof in het lichaam op peil te houden. De tegenhanger van natrium is kalium, dat juist in de cellen zit. Natrium en kalium reguleren samen de hoeveelheid vocht in het lichaam. Natrium is in combinatie met kalium is ook belangrijk voor het samentrekken van de spieren en het doorgeven van prikkels door de zenuwen. Een tekort aan natrium kan leiden tot sufheid, misselijkheid, spierkrampen en in sommige gevallen het falen van belangrijke lichaamsfuncties.
De meeste natuurlijke voedingsmiddelen zijn relatief arm aan zout terwijl de meeste bereide voedingsmiddelen juist veel natrium bevatten. Zout (natriumchloride) is een belangrijke smaakversterker.
We zijn geneigd om op iedere milligram natrium in bronwater te letten en kiezen dan een water dat laag in natrium is (bijvoorbeeld geen 20 maar 15 mg aan Natrium per liter), dit terwijl we daarna een snee brood nemen dat circa 170 mg aan natrium bevat.
Na een lange periode van aanname dat natrium een negatieve invloed zou hebben op bloeddruk is nu wetenschappelijk aangetoond dat dit niet het geval is.




